'Van valideren steek je voortdurend nieuwe dingen op'
De NDFF bevat momenteel rond de 250 miljoen waarnemingen. Voordat waarnemingen in de NDFF komen, worden ze gevalideerd. Na deze controle kunnen we met zekerheid zeggen dat een waarneming klopt, waardoor de kwaliteit van de data in de NDFF gewaarborgd wordt. Maar hoe gaat dit valideren eigenlijk in zijn werk? En wie doen dit? Jurriën van Deijk (Vlinderstichting) en Marjolein van Adrichem (Zoogdiervereniging) vertellen over hun ervaringen als validator en soortgroepcoördinator.'

Marjolein van Adrichem
Projectteam Vleermuizen Zoogdiervereniging Soortgroepcoördinator en validator voor de NDFF
'Ik ben vleermuizen steeds interessanter gaan vinden, ze hebben veel bijzondere eigenschappen. Er is zoveel te leren over vleermuizen!'
'Na mijn studie Bos- en natuurbeheer met een vrij doctoraal dierecologie, ben ik gaan werken bij Alterra. In 2018 ben ik gestart bij de Zoogdiervereniging in het team Vleermuizen. Ik houd me bezig met diverse monitoringsprojecten voor provincies. Ook ben ik al jaren vanuit de Zoogdiervereniging de soortgroepcoördinator voor de NDFF.'
‘In mijn vrije tijd en tijdens mijn studie en eerste baan was ik vooral bezig met otters, bevers en bruine ratten. Ik had wel al een beetje kennis over vleermuizen want ik telde sinds 2012 vleermuizen in mijn eigen omgeving. Toen ik de baan bij de Zoogdiervereniging kreeg, begon ik ze gaandeweg steeds interessanter te vinden. Er is zóveel te leren over vleermuizen. Ze zijn eigenlijk niet te vergelijken met andere zoogdieren. Bijzondere eigenschappen zijn bijvoorbeeld dat de vrouwtjes na de paring het sperma opslaan, zodat ze de bevruchting kunnen uitstellen tot hun conditie goed genoeg is. Ze bevallen in kraamkolonies en brengen daar de jongen groot. Dé vleermuis bestaat niet; er zijn maar liefst achttien soorten in Nederland. En ze hebben allemaal net weer even ander voorkeuren qua verblijfplaatsen en foerageergebieden.’
Lastig te determineren ‘Het waarnemen van vleermuizen is niet eenvoudig: vaak zie je alleen het silhouet, als je ze al kunt zien vanwege het tijdstip van de dag. En de verschillende vleermuissoorten lijken ook nog eens veel op elkaar. Een bat detector gebruiken heeft ook z'n uitdagingen. Het zit zo: een vleermuis ‘kijkt’ door middel van het uitzenden van geluidspulsen. Die geluiden kunnen in bepaalde situaties moeilijk te onderscheiden zijn. Heel anders dan bijvoorbeeld de zang van een vogel, die gevarieerd is, maar wel soortspecifiek, en een sociale rol vervult. Dus je kunt vleermuizen niet altijd op basis van geluid determineren. De kunst is om te weten wanneer, in welke situaties en bij welke soorten, dit wel kan.’ Waarneming aannemelijk? ‘Sinds 2019 valideer ik waarnemingen van vleermuizen in het NDFF Validatieportaal. De eerste paar jaar valideerde ik heel beperkt. Ik heb er bewust een tijdje mee gewacht, omdat ik eerst meer kennis wilde opdoen. Ik valideer alle waarnemingen die met bewijs binnenkomen. Dat zijn voornamelijk waarnemingen van vrijwilligers en particulieren, en heel af en toe een kleine set van een professionele partij. Eerst scan ik de waarneming in zijn geheel. Dan kijk ik naar de locatie van de waarneming en het bewijs dat bijgeleverd wordt. Op basis daarvan concludeer ik of die waarneming op die plek aannemelijk is, en of de soort klopt. Ook kijk ik naar eventuele opmerkingen van de waarnemer. Soms zie je opmerkelijke dingen, bijvoorbeeld een heel hoog aantal. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om een kraamkolonie. Bij twijfel vraag ik altijd een collega om even mee te kijken. Ik heb het even opgezocht: ik heb nu 542 waarnemingen gevalideerd.’ Datakwaliteit verhogen ‘Als soortgroepcoördinator ben ik de schakel tussen de NDFF en de validatoren die de zoogdieren valideren. Ik ben ieder jaar aanwezig op de Validatorendag, ik kijk mee met het valideren, stel nieuwe kennisregels op en houd ze bij. Ook pakken we bepaalde knelpunten aan. We zijn bijvoorbeeld aan het kijken hoe we de kwaliteit van vleermuiswaarnemingen kunnen verhogen. Het liefst wil je bij iedere waarneming bewijs meegeleverd krijgen, maar dat is lastig voor bijvoorbeeld adviesbureaus, die waarnemingen eigenlijk altijd in grote sets aanleveren. Dat zien we natuurlijk graag, want we willen dat er zo veel mogelijk waarnemingen in de NDFF komen. Aan de andere kant wil je niet dat er onbetrouwbare waarnemingen in komen. Een oplossing kan zijn om bewijs te vragen voor een kleine hoeveelheid data, als een soort steekproef. Daarmee kan een organisatie dan een kwaliteitsstempel krijgen en nemen we aan dat de rest van de data kwalitatief ook goed is.’ Het dilemma rond vervagen 'Via de Flora & Fauna Verkenner gaat de NDFF steeds meer open, waarbij soorten die op de Lijst Kwetsbare Soorten staan, zoals de vleermuissoorten, vervaagd worden weergegeven. Dat geeft ook nieuwe dilemma’s, want wat doe je dan met waarnemingen van verblijfplaatsen? Vervaag je die ook? Of juist niet? Er is veel onwetendheid als het gaat om vleermuizen. Sommige mensen die een verblijfslocatie ontdekken, gaan bijvoorbeeld de dieren verstoren. Zij weten niet dat vleermuizen die in winterslaap gaan, niet zomaar kunnen wegvliegen. Hun ademhaling, hartslag en metabolisme zijn veel lager dan normaal en daardoor zijn ze heel kwetsbaar. En hoe vaker ze onnodig wakker worden, hoe slechter hun conditie in het voorjaar zal zijn. Het is daarom logisch om locaties van winterverblijven te vervagen. Maar het is nog niet mogelijk in het systeem om onderscheid te maken tussen de verschillende typen verblijven, dus het is alles of niets op dit moment. En gemeenten willen de verblijfslocaties soms juist openbaar maken, zodat iedereen er rekening mee kan houden. Dus vervagen kan gunstig zijn, maar ook onhandig, juist als je goed wil beschermen.’

Jurriën van Deijk: Projectleider nachtvlinders De Vlinderstichting Validator voor de NDFF en Waarneming.nl
Het validatieproces in een notendop
Het gros van de binnenkomende waarnemingen wordt automatisch gevalideerd met behulp van validatieregels; bepaalde stelselmatigheden van een soort, tijdstip en locatie. Waarnemingen vergezeld met bewijs en waarnemingen die afwijkend zijn, worden door vrijwillige validatoren nader onderzocht. Deze experts opereren in validatieteams van hun soort en beschikken over vergaande soortkennis. Als er twijfel over een waarneming is, vragen ze extra informatie op bij de waarnemer. Verder stellen de experts de ecologische kennisregels voor autovalidatie op, en voeren ze steekproeven uit op al gevalideerde data. Zo verbetert de data continu. > Meer informatie over het validatieproces lees je hier:
ndff.nl/natuurdata/validatie
Jurriën van Deijk: 'De nachtvlinders bieden echt een uitdaging: door de grote soortenrijkdom van deze groep ben je niet snel uitgeleerd.'
'Tijdens mijn studie Bos- en natuurbeheer liep ik stage bij De Vlinderstichting en schreef ik er mijn eindscriptie. Ik studeerde af en kreeg er een baan aangeboden. Nu werk ik alweer bijna tien jaar bij De Vlinderstichting en op dit moment houd ik me vooral bezig met de macronachtvlinders.'
'Via De Vlinderstichting ben ik ooit begonnen met het valideren van waarnemingen, wat ik nu nog steeds doe in mijn vrije tijd. Ik ben ook een tijdje soortgroepcoördinator macronachtvlinders geweest, maar dat stokje heb ik inmiddels overgedragen. Ik valideer waarnemingen op het platform van de NDFF, waaronder die van ons eigen nachtvlindermeetnet, en ik valideer losse waarnemingen op Waarneming.nl. In die tien jaar dat ik dit doe, heb ik voor de NDFF zo’n zestigduizend waarnemingen gevalideerd en op Waarneming.nl zo'n twintigduizend.' Automatische beeldherkenning 'Het gros van de waarnemingen valideer ik via het Validatieportaal van de NDFF, zoals de gestructureerde tellingen van het meetnet. Via waarneming.nl komt er een miljoen losse waarnemingen van nachtvlinders per jaar binnen. Ik ben dus heel blij dat er automatische beeldherkenning bestaat hiervoor, want dat scheelt heel veel werk. Ik kijk bij het valideren vooral naar de foto, of die overeenkomt met de soort. En ik let op gekke stippen op de kaart: bijvoorbeeld op een plek waar deze soort nog niet eerder is waargenomen, hierbij is de kans op determinatiefouten groter. Soms maken mensen ook een foto van hun beeldscherm en determineren deze met beeldherkenning waarbij de stip op het huisadres van de waarnemer komt te staan. Een leuk aspect van valideren is de terugkoppeling naar de waarnemer. En het is erg leerzaam om te valideren. Hoe meer foto's je voorbij ziet komen, hoe wijzer je wordt.' Steeds meer jongeren 'De nachtvlinders vormen een interessante, soortenrijke groep. Er zijn zo’n 865 soorten macronachtvlinders. Ik vind het leuk om met deze soortgroep bezig te zijn met en om bij te houden wat er allemaal gezien wordt door de ruim achthonderd vrijwillige waarnemers. Het aantal vrijwilligers neemt nog steeds toe. Het is allang geen oude-mannen-hobby meer. Door apps met automatische beeldherkenning zie je dat ook steeds meer jongeren interesse krijgen. De nachtvlinders bieden echt een uitdaging: vanwege de grote soortenrijkdom ben je niet snel uitgeleerd en dat spreekt veel mensen aan. Er zit ontzettend veel kennis en expertise bij de oudere generatie, die dit weer graag willen overbrengen aan de nieuwe generaties.' 'Tegelijk met de aanwas van vrijwilligers, zie je ook dat het aantal meetpunten van het meetnet gestaag toeneemt. Het meetnet bestaat sinds 2013 en bestaat nu uit zo’n 1600 meetpunten. Een meetpunt is een vaste locatie waar een nachtvlinderval is geplaatst. Ze komen op de lamp af en vallen in de bak, waarna je eenvoudig de soorten kunt tellen en fotograferen. Je kunt ook een wit laken ophangen met een felle lamp erop. De vlinders blijven op het doek zitten, maar het tellen van het aantal exemplaren is met deze methode wat minder accuraat omdat er ook wel eens eentje weer wegvliegt of zich verplaatst. Daarnaast blijven weinig mensen een hele nacht inventariseren.' Bijzondere waarnemingen 'Binnen de nachtvlinders zijn er twee beschermde soorten: de spaanse vlag en de teunisbloempijlstaart. Deze vlinders worden steeds vaker gezien in Nederland, door de opwarming zitten ze nu ook een stuk noordelijker. Bijzondere waarnemingen komen soms ook voor, zoals vorige maand, toen een vrijwilliger een hoogveenarenduil in zijn val had zitten, op een locatie waar deze nog nooit eerder is waargenomen. Waarschijnlijk gaat het om een exemplaar van een populatie die er al tientallen jaren zit, maar nog niet eerder is ontdekt. Ik ben samen met deze waarnemer het veld ingegaan om de habitat te bestuderen. Volgend jaar gaan we daar rupsen zoeken; we willen graag meer leren over deze soort.' Validatieportaal 'We kregen onlangs een voorproefje van het nieuwe NDFF validatieportaal te zien, dat we hopelijk binnenkort kunnen gaan gebruiken. Het ziet er veelbelovend uit: overzichtelijk en duidelijker dan het huidige portaal, met grotere foto's. Je kunt er sneller doorheen klikken. Ik hoop dat beeldherkenning ook op het doorontwikkellijstje staat voor het validatieportaal, want nachtvlinders zijn hier bij uitstek geschikt voor.'